Spijkerbroekreparatie

Mijn spijkerbroek begon te verslijten, aan de binnenkant van de knieën. Dat komt door mijn loopje: ik zet de ene voet voor de andere en dan strijken ze blijkbaar wel eens langs elkaar. Nu is voorkomen natuurlijk beter dan genezen. Dus als ik echt heel duurzaam bezig wil zijn, moet ik leren lopen als een vent. Tja, dat heb ik er dan weer niet voor over. Dan maar repareren.

Er zijn online heel veel voorbeelden van reparaties te vinden: mooie opvallende reparaties die de broek versieren en uniek maken. Zoals die van Eirlys Penn en die van India Tresselt. En natuurlijk is er de Japanse techniek Sashiko. Na een paar uur voorbeelden bekijken, besloot ik uiteindelijk een andere techniek te gebruiken. Mijn broek had namelijk maar één klein gaatje. Op de meeste plekken waren de blauwe scheringdraden vooral heel dun geworden. Ik had nog een restje mooie stevige katoen, uit de lappenmand die ik heb geërfd van mijn schoonmoeder. Ik knipte de stof in een twee speelse vormen die de kale plekken bedekten. Die heb ik er gewoon met de hand opgenaaid met een dikke katoenen draad in een contrasterende kleur.

Eerder had ik dezelfde stof ook al gebruikt om de broek van mijn man te repareren. Die reparatie zit op een minder opvallende, maar wel spannende plek: in het kruis. Het is alleen zichtbaar als hij wijdbeens gaat zitten of bukt. Hij draagt hem gewoon naar zijn werk. Gek genoeg durft niemand er iets van te zeggen.

Labyrinth

Geborduurd labyrint op linnen

Het is altijd mijn droom geweest om zelf een lappendeken te maken.  Maar ik begon er nooit aan. Waarom niet? Eerst was het omdat ik geen stof had en geen naaimachine. Maar dat waren smoezen. Want mijn moeder had een naaimachine en een doos vol oude lakens en dekbedovertrekken. En ik als ik haar gevraagd had, had ze me heus geholpen. Toen ik eenmaal op mezelf woonde en mijn eigen geld had, en een lapjesmarkt om de hoek, begon ik er nog steeds niet aan. Wat me tegenhield, wat me meestal tegenhoudt, is perfectionisme. De angst dat het eindresultaat niet beeldschoon wordt. Want dat verwacht ik blijkbaar van mezelf. Ik wil een echt kunstwerk scheppen. Gewoon iets moois maken, is blijkbaar niet goed genoeg. Bewuste zelfonderschatting gaat gepaard met onbewuste zelfoverschatting, las ik ooit. Daar lijkt me dit wel een voorbeeld van.

Maar nu heb ik iets bedacht waarmee ik mijn perfectionisme kan omzeilen. Mijn lappendeken heeft geen vooropgesteld plan. Het is geen quilt in een geometrisch patroon met een uitgekiend kleurenschema. Dat is ook niet mijn stijl. Nee, mijn patchwork wordt een verzameling lapjes in allerlei stijlen en kleuren. Het enige wat ik weet is de afmetingen:  150 bij 180 centimeter: 120 lapjes van 15 bij 15. Ik leg mezelf ook geen deadline op, geen 365 dagen project. Ik ga gewoon lekker nieuwe technieken uitproberen. En stukjes van dierbare versleten kleren opnemen.

In 2019 maakte ik het eerste lapje. Een geborduurd labyrint. Het was een hele klus. Het bleek nog niet zo makkelijk om ronde lijnen te borduren op een recht stramien. Ik moest best vaak weer een stuk uithalen en opnieuw beginnen, omdat de kromming niet mooi was. Het eindresultaat is nog steeds niet perfect, maar het bevalt me wel.

Frutje Friemel

Een blog heeft natuurlijk ook een beeldmerk nodig. Ik wilde mijn logo het liefst in textiel maken. Dus ik naaide mijn letters op een lapje van 15 bij 15 centimeter. Dan dient het meteen een dubbel doel: het kan ook een lapje worden voor mijn lappendeken.

De ondergrond is een restant van een oud linnen gordijn. De F van Frutje is een stukje van een versleten spijkerbroek, de F van Friemel is een klein restje van een oud naaiproject. Ik heb ze opgenaaid met festonsteek. De andere letters zijn gehaakte kettingen van katoen met glitterdraad. Ik heb de kettingen erop gedrapeerd en toen vast genaaid. Tot slot moesten de woorden nog losgeknipt en achterelkaar gezet voor de homepage. Maar dat heb ik natuurlijk niet in het echt gedaan.